Röntgenfoto’s van het gebit


Dentaal röntgenapparaat

Bij inspectie van de bek kunnen wij alleen de kroon en het tandvlees beoordelen. De wortels die onder de tandvleeslijn liggen zijn onzichtbaar. Op een röntgenfoto kunnen we de wortels wel zien.
Voor het maken van deze foto’s gebruiken wij een dentaal röntgenapparaat.
Als de wortels zichtbaar zijn kan weloverwogen besloten worden of een tand of kies getrokken moet worden en zo ja, wat de beste manier is.
Redenen om een dentale röntgenfoto te maken zijn:

  • Parodontitis.
  • Fistels.
  • Trauma aan tanden en/of kiezen.
  • Het vermoeden van FORL's .
  • Het niet doorbreken van een tand of kies.

Parodontitis

Parodontitis is ontsteking van het steunweefsel rond een tand of kies. Hierbij kan ook het bot aangetast worden. Dit is op een röntgenfoto te zien. Afhankelijk van de ernst van de parodontitis kan het nodig zijn een element (chirurgisch) te verwijderen. Aangezien de ernst van een parodontitis aan de buitenkant moeilijk te beoordelen is, is een röntgenfoto een belangrijke aanvulling.

Fistels

Een fistel is een abces met een buisvormige verbinding naar buiten. Bij honden zien we dit regelmatig als er een ontsteking is aan de wortelpunt van bijvoorbeeld de grote scheurkies. Er ontstaat dan een dikte of een wondje net onder het oog. Soms is er een abces(je) in het tandvlees zichtbaar. Op de röntgenfoto kunnen we zien welke kieswortel het probleem veroorzaakt.

Trauma aan tanden of kiezen

Als er na een ongeluk beschadigingen aan de tanden of kiezen zijn, kan het nodig zijn een röntgenfoto te maken van het betreffende element. Ook nu weer om de wortel en eventuele breuk van de wortel zichtbaar te maken.

Het vermoeden van FORL’s

FORL’s komen vooral bij katten voor. Het is een aandoening waarbij in eerste instantie de wortels worden aangetast.

Het niet doorbreken van tand of kies

Als er na het wisselen blijvende elementen ontbreken zijn er twee mogelijkheden:
Het element is afwezig of het is wel aanwezig, maar komt niet door. Met behulp van een röntgenfoto is snel duidelijk of het element wel of niet aanwezig is. Een element dat wel aanwezig is, maar niet doorkomt kan op termijn problemen veroorzaken. Hoe eerder we weten dat een element wel aanwezig is, maar niet doorkomt, des te eerder kunnen we ingrijpen.