Gebitsverzorging bij de pup
 

Pups worden zonder tanden geboren. Vanaf de derde levensweek tot en met de twaalfde week
zullen de tanden en kiezen doorkomen.
Daarna begint het wisselen. Rond zevende maand zijn alle blijvende tanden en kiezen aanwezig.
Door de verschillen tussen de hondenrassen is er veel verschil in de vorm van de kaken van de hond.
Denk bijvoorbeeld aan het verschil in kop van een boxer en een windhond.
Bij sommige rassen (hoe mooi ze ook zijn) levert dit afwijkingen van het gebit op. Het kan zijn dat er gebitselementen ontbreken, dat elementen een afwijkende stand hebben of dat de bovenkaak en onderkaak niet goed op elkaar sluiten. Dit hoeft niet altijd een probleem te zijn. Vaak kunnen deze honden prima eten en hebben ze geen last of pijn. Soms echter wel. Daarom controleren wij bij pups altijd het gebit. Bij alle vaccinaties, maar ook bij de maandelijkse pupcontroles.

Wisselen

Het wisselen verloopt niet altijd goed. Soms blijft een melktand staan, terwijl de blijvende tand al doorbreekt. De melktand zal in de weg staan en kan een afwijkende stand van de blijvende tand veroorzaken. Tijdig ingrijpen is dan van belang. Het liefst zien we de pups daarom regelmatig terug. Om te controleren of het wisselen van de tanden goed verloopt.

Tanden poetsen

Daarnaast is gebitsverzorging ook bij honden nodig om de tanden, kiezen en het tandvlees gezond te houden. Dagelijks tanden poetsen is de beste manier.
Als u uw pup dit van jongsaf aan leert heeft u daar beide levenslang plezier van.
Kijk regelmatig in de bek van uw pup en controleer het gebit.
Heeft u vragen? Wij helpen u graag.