Anesthesie

Soms is het nodig dat uw dier onder narcose gebracht moet worden. Bijvoorbeeld voor een operatie, een gebitsbehandeling of voor het maken van een röntgenfoto. In alle gevallen zal uw dier dan een aantal uren bij ons in de praktijk blijven, zodat wij optimale zorg kunnen geven.
U krijgt van te voren informatie, op schrift of per e-mail, zodat u weet wat u kunt verwachten en waar u op moet letten.

Voorbereiding

De eerste voorbereiding begint thuis al: Honden en katten moeten nuchter gehouden worden. Dat wil zeggen dat ze 12-14 uur voorafgaand aan de narcose niet meer mogen eten, maar wel water drinken.
Als u uw dier komt brengen wordt het eerst onderzocht. We bespreken met u de algemene conditie en beluisteren hart en longen.
Soms is het nodig een aanvullend bloedonderzoek te doen.

Narcose

Honden krijgen het narcosemiddel ingespoten in de ader van de voorpoot. Afhankelijk van de ingreep wordt eerst een infuus aangelegd of direct de injectie gegeven.
Katten krijgen de injectie in de spieren toegediend. In enkele gevallen wordt bij de kat een infuus aangelegd.
Zodra het dier slaapt wordt het geïntubeerd, dat wil zeggen dat we een flexibel buisje via de bek in de luchtpijp schuiven.
Hierdoor kan zuurstof en narcosegas toegediend worden. Bij kortdurende ingrepen gebruiken we hiervoor een kapje. 
Het geïntubeerde dier wordt aangesloten op de bewakingsmonitor. Hiermee kunnen wij voortdurend de ademhaling, CO2 in de uitademingslucht, de hartslag en de temperatuur controleren.

Nazorg

Na de ingreep wordt het dier in een verwarmde kooi gelegd.
Alle patiënten worden bij het ontwaken goed in de gaten gehouden en regelmatig gecontroleerd.
De dieren gaan pas naar huis als ze helemaal wakker zijn. Meestal is dat aan het einde van de dag waarop ze geopereerd zijn.